Nieuwsmelder

Disciplines

logo_adres

Inhoud

  • Verschillende disciplines – Pagina 1
  • Basis oefeningen – Pagina 2

 

Verschillende disciplines:

Luchtdruk:

Het schieten met luchtdrukwapens, zowel luchtgeweer als luchtpistool, is een relatief goedkope tak van de schietsport. Mede daardoor wordt het “luchtdrukschieten” met name door junioren beoefend, maar uiteraard ook door volwassenen. Sportschieten met luchtgeweer of luchtpistool vindt plaats op een schietschijf over een afstand van 10 meter.

Bij het merendeel van de KNSA-schietsportverenigingen kan er met ‘lucht’ geschoten worden.

Wapens luchtgeweer of luchtpistool
Gewicht luchtgeweer maximaal 5,5 kilogramluchtpistool maximaal 1,5 kilogram
Luchtdruk CO2- of persluchtcilinders en zijspanner
Munitie Diabolo 4,5 mm = kaliber .177
Afstand 10 meter
Houdingen luchtgeweer staand, liggend en knielend. In een wedstrijd is het ook mogelijk een combinatie van deze drie houdingen toe te passen(lucht)pistoolschutters schieten altijd in staande houding
Olympisch
Wedstrijdprogramma voor luchtgeweer en luchtpistool geldt hetzelfde wedstrijdprogramma60 schoten (staand) in 1 uur en 45 minuten (heren)
40 schoten (staand) in 1 uur en 15 minuten (dames)

Geweer:

Gemakshalve onderscheiden we bij het geweerschieten twee wapengroepen: Kleinkaliber-geweer (KKG) en Grootkaliber-geweer (GKG).

Beide onderdelen worden beoefend vanuit drie houdingen, namelijk staand, knielend, liggend of in een combinatie van deze 3-houdingen.

Bij KKG wordt geschoten op een schietschijf over de afstanden 12, 50 en 100 meter en bij GKG over de afstanden 100, 300, 400 en zelfs 500 meter.

Wapens kleinkaliber-geweer en kleinkaliber-karabijn
Gewicht Klein kaliber geweer:
maximaal 8 kilogram (heren) en
maximaal 6,5 kilogram (dames)
Klein kaliber karabijn:
maximaal 3,8 kilogram
Munitie maximaal kaliber 5,6 mm (.22)
Afstand 12 meter, 50 meter en 100 meter
Houdingen vrijstaande houding, liggende en knielende houding. In een wedstrijd is het ook mogelijk een combinatie van deze drie houdingen toe te passen.
Disciplines alle houdingen, afstanden en typen wapens worden bij het KKG-schieten gecombineerd waardoor een grote variëteit van wedstrijdonderdelen ontstaat.
Olympisch
Wedstrijdprogramma 50 meter 60 schoten liggend in 1 uur en 15 minuten
50 meter 3-houdingen 3 x 40 schoten in 3 uur
50 meter 3-houdingen 3 x 20 schoten in 2 uur en 15 minuten

 

Wapen grootkaliber-geweer
Gewicht het vrij geweer weegt maximaal 8 kilogram, het standaard geweer maximaal 5,5 kilogram
Munitie maximaal kaliber 8 mm
Afstand 100 meter en 300 meter of bij sommige wedstrijden in een combinatie van 300, 400 en 500 meter
Houdingen liggend, knielend en/of 3-houdingen
Disciplines bij het GKG-schieten worden de verscheidene wedstrijdonderdelen voornamelijk bepaald door de verschillende schiethoudingen in combinatie met de diversiteit van wapens waarmee geschoten wordt. Enkele voorbeelden zijn het standaard-geweer, het veteranengeweer en het militaire geweer. Voor (bijna) ieder type wapen worden aparte wedstrijden en kampioenschappen georganiseerd.
Internationaal internationaal wordt alleen over een afstand van 300 meter geschoten in de liggende houding of in de combinatie van 3-houdingen. Het grootkalibergeweer-schieten is géén Olympische discipline.

Pistool:

De techniek van het pistoolschieten verschilt totaal van die van het geweerschieten. De meeste pistooldisciplines worden verschoten op schietschijven, over de afstanden 10, 25 en 50 meter.

Binnen de pistooldisciplines ontstaat echter een groeiende belangstelling voor de zogenaamde dynamische onderdelen.

Een goed voorbeeld hiervan is de discipline Olympisch Snelvuur.

Dit is een onderdeel waarbij de schietschijf slechts even zichtbaar is en de schutter in die korte tijd moet proberen een “10” te schieten.

Het uiterlijk van schietsportpistolen is zeer verschillend.

Wapen kleinkaliber-pistool
Gewicht maximaal 1.4 kilogram
Munitie maximaal kaliber 5,6 mm (.22)
Afstand 25 meter en 50 meter
Houding pistoolschutters schieten altijd in de staande houding
Disciplines het pistoolschieten kent een grote variëteit aan wedstrijdonderdelen omdat ook hier met veel verschillende soorten wapens wordt geschoten. Zo zijn er niet alleen kleinkaliber-pistolen, maar ook grootkaliber-pistolen, speciale sportpistolen en natuurlijk ook revolvers.
Olympisch
Wedstrijdprogramma 25 meter Olympisch snelvuurpistool, 60 schoten
25 meter Sportpistool, 60 schoten
50 meter Vrij pistool, 60 schoten


Historische Wapens:

Bij dit schietsportonderdeel wordt geschoten met geweren, pistolen, revolvers en zelfs kanonnen uit vorige eeuwen.

Gelet op de grote waarde en slijtage van deze antieke wapens, wordt vaak geschoten met nagemaakte antieke wapens, die “replica’s” worden genoemd. Geheel in stijl met dit onderdeel, wordt de hiervoor benodigde munitie door veel schutters nog op ambachtelijke wijze zelf gemaakt.

Ook bij dit onderdeel worden regelmatig nationale en internationale wedstrijden georganiseerd. Er wordt dan geschoten over afstanden van 25, 50 en zelfs 100 meter en op kleiduiven.

De ontstaansgeschiedenis van het “zwartkruit-schieten” is vervaagd in de nevelen der oudheid. Lange tijd dacht men dat de Chinezen de uitvinders waren, maar vertalingen van oude geschriften laten zien dat men in die dagen sprak van donder en bliksem, maar dat het net zo goed Grieks vuur kan zijn geweest, waarover ook in de Arabische geschriften melding wordt gemaakt.

Feit is, dat Sir Roger Bacon, in het midden van de dertiende eeuw voor het eerst melding maakte van een recept, waarin salpeter en zwavel, samen met een derde ingrediënt, door ontsteking met vuur of vuursteen, donder en bliksem teweeg bracht.

Hij was tevens de eerste die aangaf op welke wijze salpeter kan worden gezuiverd, waardoor zijn mengsel de juiste explosieve kracht kon krijgen.

Overigens was het effect van de eerste vuurwapens in die dagen uitermate gering en leverde vaak genoeg een groter gevaar op voor de schutter zelf dan voor degene waarop werd gemikt.

Bacon en zijn ridders hielden de ontwikkelingen tevens zorgvuldig geheim, omdat het toch te gek zou zijn dat een eenvoudige boer met een welgemikt schot het harnas van een edele ridder zou kunnen doorboren, waardoor zij hun faam van onkwetsbaarheid zouden verliezen.

Het oudst bekende wapen is een liggend vaasvormig voorwerp waaruit een zware pijl wordt afgeschoten, nadat de ridder een stuk roodgloeiend metaal tegen een gat bij het dikke deel van het wapen had gehouden.

Veel later, toen de handwapens waren ontwikkeld, moet het voor een musketier in die dagen zeker geen kleinigheid zijn geweest om zo’n wapen af te vuren.

Naast zijn ransel en veldfles sleepte een musketier een musket, laadstok, steunvork, kogels, grof en fijn kruit, kogelmal (om zelf kogels te gieten), lont, tondel en vuursteen mee en moest hij bovendien nog weten hoe hij met al deze instrumenten om moest gaan.

De geniale Leonardo da Vinci was de uitvinder van het radslot, een wapen dat werd opgewonden met een soort bovenmaatse horlogesleutel.

Deze sleutel bracht een gegroefd rad in beweging dat tegen een stuk pyriet vonken sloeg. Het principe van de hedendaagse wegwerpaansteker.

Hierdoor kwam het kruit in de pan waardoor de hoofdlading tot ontploffing werd gebracht. Een geniale vondst van een geniale man die zijn tijd ver vooruit was.

Het idee om vonken te gebruiken leidde tot een Hollandse uitvinding. Men ontwikkelde het zogenaamde snaphaanslot, gecombineerd met het eenvoudige lontslot en kwam tot het zogenaamde vuursteenslot.

Een uitvinding die weer later op de naam kwam te staan van de Franse wapensmid Marin le Bourgeoys uit Lisieux. Dat zou 200 jaren stand houden.

Alleen in Japan waar men, ver van de Europese ontwikkelingen, zeer geïsoleerd leefde, bleef tot in de negentiende eeuw het lontslot in gebruik.

Het was de jonge dominee Forsyth, een verwoed jager en scheikundige, die voortborduurde op de knalpoeders, omdat hij iedere keer te laat was, wanneer hij met zijn vuursteenjachtgeweer op eenden schoot.

Zijn uitvinding bracht een revolutie teweeg. Zijn principe werd aanleiding tot een slag rond patenten, uitmondend in de creatie van het hedendaagse slaghoedje.

Vooral de laatste jaren heeft het zogenaamde zwartkruit-schieten een grote vlucht genomen. Men was uitgekeken op de moderne wapens en keerde terug tot de tijden van de cowboys en indianen, maar ook naar de schutterijen, zoals die vroeger stad en land verdedigden.

In het lange bestaan van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie past daarom ook het schieten met Historische Wapens. Want niet alleen moet men volgens traditie met een dergelijk wapen om leren gaan, de ware schutter koestert het echte originele wapen of replica, experimenteert net zolang, totdat hij precies het juiste mengsel heeft samengesteld, giet zelf zijn kogels, bewaart zorgvuldig zijn eigen “geheim” recept, en probeert na jaren oefenen een cirkel van vijftig centimeter tot tien centimeter terug te brengen.

Schieten is,

Een TECHNISCH gebeuren. Elk schot is een wedstrijd op zich.
HIER en NU met betrekking tot OORZAAK en GEVOLG.
Een complex geheel van technische en mentale processen met als doel een JUIST schot.
Goed SCHIETEN is beheersing TECHNIEK.
Schiettechniek leert men thuis, op de schietbaan ziet men het resultaat. Leren schieten is als het programmeren van een computer. Gaan schieten is het opstarten van het geprogrammeerde programma.
GELUK bij SCHIETEN ???? Het is KUNNEN en KENNIS
Nodig om een goed schutter te worden: conditie – techniek – mentaliteit.
Het leren schieten ?   Middels de methodische technische training pistool.

Nodig voor een goed schutter:

4 Hoofdelementen

  1. Een goede algemene conditie
  2. Een uitstekende specifieke conditie
  3. De technische vaardigheid
  4. Mentale vorming inclusief zelfdiscipline

Algemeen:

onder 1.
In dit verband is velerlei beweging en sportuitoefening mogelijk. Er moet echter worden geleerd de aandacht op de ademhaling te concentreren.

Onder 2.
Speciaal ten behoeve van het op en stil houden van het wapen.

Onder 3.
In combinatie met punt 1 en 2 leidt dit tot (een) basistechniek.

Onder 4.
Speciaal met betrekking tot het leren concentreren en concentratie bij trainingen komen tot coördinatie van technisch handelingen, die foutloos worden uitgevoerd althans wat getracht wordt.

Door goed te eten, goed te bewegen en goed te slapen is men tot enige sportieve prestatie in staat.

Veiligheid gaat voor alles.

Dient gebaseerd te zijn op: Vertrouw nooit op een ander . Kijk in de kamer,
wel / geen patroon aanwezig.

 

Ongevallen met vuurwapens gebeuren al zo lang deze er zijn. Nooit is het de schuld van het voorwerp, vuurwapen, maar altijd een vorm van menselijk falen. Onvoorzichtigheid, onoplettendheid, ondeskundigheid , ofwel pure domheid en stommiteit dat tot ernstige ongevallen ( doden en/of gewonden ) leidt. Zulke ongevallen overkomen niet alleen leken op het gebied van vuurwapens, maar komen regelmatig voor bij het leger, de politie, jagers, sportschutters en wapenherstellers. In de omgang met vuurwapens hebben we te maken met 3 elementen. n.l.

 

                                      Gedragsregels: de mens
                                      Veiligheidsmaatregelen: het wapen
                                      Voorschriften: vereniging of baan

 

Gedragsregels:

  1. Behandelen wapen alsof het geladen is.
  2. De loop van het wapen altijd in de veilige richting
  3. Trekker vinger langs beugelkrop bij alle handelingen uitgezonderd schiethandeling
  4. Controle bij het ter hand nemen en opbergen of het wapen is ontladen.
  5. Controle bij overgave of ontvangst of het wapen is ontladen.
  6. Wijzen en richten op iemand is ontoelaatbaar.
  7. Rustpal op veilig bij het laden.
  8. Ontspan de slagpin bij het ontladen.
  9. Wapens open neerleggen, bij semi-automatische wapens dient tevens de patroonhouder verwijdert te zijn.Bij revolvers de trommel/cilinder uitgeklapt.
  10. Ken de veiligheid voorschriften van de vereniging en van de baan.
  11. Drink geen alcohol voor ,tijdens en na het schieten.
  12. Wapen en munitie apart opbergen.

 

Veiligheidsmaatregelen:

1e stap. Persoonlijk overtuigen van loop in veilige richting, trekker vinger langs
de beugel en veiligheidspal op veilig.

2e stap. Rustpal op vuren, slede achteruit, in kamer kijken, en eventueel patroon eruit nemen.

3e stap. Patroonhouder uitnemen, bij revolver wordt de trommel / cilinder
uitgeklapt. Controleren en eventuele patronen verwijderen.

4e stap. Slede sluiten, ontspan de slagpin veer, bij revolver sluit men de trommel cilinder wapen opbergen in koffer of foudraal.

 

Pagina – 1
Print Friendly, PDF & Email